Ville-de-verdun-1916Eind oktober 2012 naderen we, vier man sterk, de heuvels voor Verdun. Een halve dag heen, een halve dag retour en anderhalve ter plaatse. Mijn tweede bezoek dit jaar. Een uitnodiging om te gidsen sla ik zelden of nooit af, zeker als een oude vriend het vraagt. Tegen tweeën zijn we er. Het is koud.

De lucht is staalblauw. De bladeren van de bomen van het Bois des Caures (Hazelnootbos) zijn prachtig bruin, geel en rood. De bodem is voor de eerste keer dat ik mij kan herinneren niet bevroren of zompig.

Bois des Caures

Voor ons ligt de PC (Poste de Commandement) van Emile, Augustin, Cyprien Driant, beroepssoldaat, schrijver en politicus (gedeputeerde van Nancy voor de Action libérale). Driant is misschien wel de meest tot de verbeelding sprekende soldaat uit de begindagen van de aanval op Verdun. De luitenant- kolonel, op dat moment 60 jaar oud, voert zijn mannen, twee bataljons Jagers te voet – 59e en 61e – aan tijdens de eerste twee dagen van de strijd. Aan het eind van de middag van de tweede dag, 22 februari 1916, is de overmacht van de Duitsers zo groot dat Driant en de schamele resten van zijn mannen gedwongen worden om zich terug te trekken op Beaumont.

PICT0001

Een mitrailleurkogel – sommigen spreken over een granaatscherf – raakt hem daarbij in zijn slaap. Driant is op slag dood. Over zijn laatste woorden bestaat verschil van mening in de literatuur, maar algemeen wordt aangenomen dat hij ‘Oh, la, la, mon Dieu,’ heeft gemompeld. De Duitsers hebben Emile Driant met militaire eer begraven dicht bij de plek waar hij sneuvelde. Later, in 1922, is hij geëxhumeerd en samen met dertien onbekende ‘Jagers’ opnieuw begraven. Het monument staat aan de weg van Vacherauville richting Ville-devant-Chaumont.

Deze keer brengen we geen bezoek aan Flabas, noch aan het Duitse soldatenkerkhof bij Ville-devant-Chaumont. Ook aan Beaumont-en-Verdunois – een van de negen Villages Martyr in het Département Meuse – gaan we voorbij. Het bekende dilemma van de bezoeker. De heuvels rond Verdun zijn bedekt met talloze plekken die een bezoek verdienen, die een eigen verhaal vertellen, maar als je slechts anderhalve dag hebt moet je keuzes maken. En uiteraard al een nieuw bezoek plannen.

We rijden direct naar de Tranchée des baïonettes.

PICT0003

 

Wat voor een verhaal moet ik hier vertellen? Er zijn immers meerdere lezingen van de gebeurtenissen van 10 juni 1916, onder meer die van Alistair Horne. Ik kies ervoor om de eigen verbeelding hier de beste verteller te laten zijn.

Volgende stop: het Museum Mémorial de Verdun.

 

Musée Mémorial

Op het pleintje staan ze opgesteld: het geschut, de kanonnen en de houwitsers en granaten in allerlei maten en soorten. Mijn aandacht gaat vooral uit naar het 75 millimeter kanon, in die tijd een nouveauté, met een bereik van ongeveer 8.000 meter. Vernieuwend aan de 75er was zijn hydropneumatisch terugslagmechanisme, waardoor het kanon niet telkens opnieuw gericht behoefde te worden en zodoende tot vijftien keer per minuut kon vuren.

Verdun en couleur

Verdun en couleur

Voor korte tijd kon het tempo zelfs tot dertig keer per minuut worden opgevoerd. Deze eigenschappen zouden het kanon uitermate geschikt maken voor het leggen van een zogenoemd vuurscherm – een door gecoördineerde samenwerking van een aantal batterijen langzaam voortkruipend scherm van granaten, onder dekking waarvan de eigen troepen relatief veilig konden optrekken – dat later in 1916 succesvol werd toegepast door generaal Nivelle.

Musee de VerdunMusee de VerdunHerfstvakantie. Buiten op de parkeerplaats enkele Nederlandse kentekens. Binnen vooral schoolkinderen. Hoe anders is dit museum in vergelijking met het Historial de la Grande Guerre in Péronne, waar alles weliswaar leerzaam en respectvol, maar ook klinisch uitgestald is. Het Mémorial de Verdun staat gevoelsmatig dichter bij de werkelijkheid van 1916, vind ik.

De redelijk uitgebreide bibliotheek is een uitgelezen plek voor mijn boek. Het ligt er nog niet, maar de vele Nederlandse bezoekers per jaar – bij het kopen van een kaartje wordt je de vraag gesteld waar je vandaan komt en deze informatie wordt vastgelegd – maken het een tot een aantrekkelijke plek. De komende periode ga ik met Isabelle Bergot-Remy, de ‘Responsable de la Librairie’ volgens haar kaartje afspraken maken over de verkoop ter plaatse.

Dag 2

Pavé Faubourg, de begraafplaats van bijna 5000 militairen uit alle windstreken van het front. We bezoeken het niet omdat het symbool staat voor de velden bij Verdun, maar omdat het langs de weg van ons hotel naar het slagveld in de heuvels op de rechter Maasoever ligt.

Even voor tienen naderen we fort Douaumont. Douaumont, een Kolossus onder de Franse forten, majestueus, angstaanjagend, dominant en de nachtmerrie van iedere Duitse soldaat. Douaumont heeft een slechte naam en veel bijnamen. En terecht. Drama op drama heeft zich afgespeeld rond en in het fort.

Kort door de bocht het verhaal en de bijbehorende tijdlijn.

25 februari 1916
PICT0018‘Tegen de avond kwam sergeant Hamel met het bericht dat de Brandenburgers fort Douaumont veroverd hebben. Het sterkste fort voor Verdun is nu in Duitse handen. Zou Hamel dan toch gelijk krijgen met zijn voorspelling dat we binnenkort in de stad staan?’
Op de vijfde dag van het offensief valt het fort in Duitse handen. Zonder noemenswaard verzet, eerloos. De Fransen lijken geschokt, maar zijn ze dat echt? Hun eigen regering heeft in 1915 immers al besloten om alle forten te ontmantelen en alleen van een kleine bezetting te voorzien.

Een, zoals achteraf zal blijken, onvergeeflijke strategische blunder. Het effect op het moreel van de Franse bevolking is enorm, maar dat is nog niets vergeleken bij de verliezen die de herovering van Douaumont zal kosten. De Duitsers echter zijn euforisch. In de ‘Heimat’ luiden ze de klokken ter ere van deze triomf. Douaumont wordt een vooruitgeschoven uitkijkpost, een schuilplaats voor de troepen, een opslagplaats voor munitie en voorraden en een sterke uitvalsbasis voor hun aanvallen.

8 mei 1916
‘Ik ben nog klaarwakker als in de verte een dof gerommel klinkt. Ik spits mijn oren om beter te kunnen luisteren, maar net zo snel als het gekomen is, is het beangstigende geluid ook weer verdwenen. Bij het eerste ochtendlicht sijpelen er verontrustende berichten binnen.’
Midden in de nacht van de 8e mei ‘ontploft’ Douaumont. Bijna 900 soldaten laten het leven. Douaumont heeft er een bijnaam bij: de ‘Sargdeckel’.

Mangin portret22 tot en met 24 mei 1916
‘Vier bataljons, zo´n drieduizend mannen, waaronder delen van Mangins’ vijfde infanteriedivisie, zijn even voor elf uur in de aanval gegaan over een front van meer dan een kilometer breed. Drie mannen op elke meter frontbreedte, daarachter de volgende rij. Op de linkerflank zijn de vijandelijke linies opgerold als een sardineblikje.

’Een door generaal Charles Mangin slecht voorbereidde aanval loopt dood. De aanvankelijke euforie slaat om in wanhoop. Het offensief kost zeer veel moedige mannen het leven.

24 oktober 1916
Snelle herovering van Douaumont door troepen onder leiding van – weer – Mangin, waarbij de tactiek van het stelselmatig naar voren verlegd granaatvuur, het vuurscherm, een grote rol heeft gespeeld.

Slaapruimte
14 december 1916
Een Duitse 420 mm granaat valt op een kazemat en doodt 21 soldaten. In het fort, achter een dikke muur, rusten 7 van hen. Een plaquette eert hun namen.

Douaumont is een fort met een donkere geschiedenis. Die wordt echter op een voortreffelijke wijze over het voetlicht gebracht door middel van een professionele audiovisuele presentatie.

Op naar de volgende halte. Net op weg stoppen we alweer, nu voor een van de ‘boyaus’ – Frans voor darm, en als een darm kronkelt hij ook door het landschap -, overblijfselen van loopgraven aan deze weg.

PICT0031

 

In de directe omgeving bevinden zich talrijke kleine grafmonumenten – stèles – . We laten de auto staan. Aan de overkant daalt een spoor af naar het Monument du 61e RAD (Régiment d’ Artillerie et de l’ Armee). De artilleristen van dit regiment werden door de Duitsers ‘les diables noir’ genoemd vanwege hun moed, de kleur van hun uniformen en hun zwarte gezichten, veroorzaakt door het poeder.

 

 

L’Ossuaire de Verdun

Ook aan het Ossuaire wordt hard gewerkt. Niet alleen aan het gebouw en de omliggende velden, maar ook aan de presentatie binnen het gebouw. Borden met prachtige, kleine foto’s met bijschriften flankeren de ingang van de kerk. In de grote hal hangen de foto’s in groot formaat, oud strijders met in hun hand hun eigen jeugdfoto. Indrukwekkend.

Het geheugen is selectief. Het oog kan blijkbaar ook slechts een beperkt aantal indrukken aan. Details worden soms onbewust gefilterd. Wat mij bij dit bezoek opvalt, zijn de plaquettes aan beide zijden van de toegang tot de kerk, met daarop een groot aantal bekende en minder bekende namen. Naast die van Maréchal Foch is de meest bekende naam die van Pétain, de legger van de eerste steen van het Ossuarium in 1920.PICT0032

Maarschalk Henri Philippe Benoni Omer Joseph Pétain (1856-1951) is na de slag voor Verdun een begrip in Frankrijk. Hij is de onomstreden overwinnaar. In vrijwel alle Franse dorpen en steden hangen straatnaamborden met de tekst Rue du Maréchal Pétain, Avenue du Maréchal Pétain etc.

Roem is vergankelijk. De borden met zijn naam werden rigoureus verwijderd. Het dorpje Belrain in het departement Meuse heeft de dubieuze eer de laatste plaats in Frankrijk te zijn waar de naam Pétain uit het straatbeeld verdween. Dat was op 14 maart 2013, meer dan 68 jaar na zijn veroordeling.

Het meertje van Vaux

Dat de autoriteiten van Verdun het serieus menen met de herdenking blijkt ook uit bij het meertje van Vaux. In vergelijking met een jaar geleden is er veel werk verzet. We gaan op weg.

Etang de Vaux

Blik op het meertje.

Etang de Vaux 2

Oriëntatietafel bij het meertje.

 

 

 

 

 

 

 

 

‘Zelfs met mijn hand voor mijn ogen tegen de zon kan ik ze nauwelijks onderscheiden, de Fokker eendekker die bovenop de staart van een zilverkleurige Nieuport zit. Korte vuurstoten vinden hun weg naar de vijandelijke cockpit. Even later voert de wind de klanken van mitrailleurvuur met zich mee.’

vaux_dt_damloup_-_2

Het graf van vlieger Guy Dussumier Latour

Als we een ondiepe waterloop zijn overgestoken en de trappen beklommen hebben komen we bij het Monument aux morts du 1e Bataljon de Chasseurs à Pied. In deze omgeving is vreselijk hard gevochten: het Bois de la Caillette, Bois Triangulaire, Bois de Vaux Chapître en het Bois Fumin zijn in dit verband aansprekende namen. We lopen nu op de Sentier de Vaux in de richting van Fleury. Verderop ligt het graf van Maurice Dubuc, onderluitenant, even verderop gesneuveld in het Bois de la Caillette.

Kaart 3112 ET van het IGN, het Institut Geografique National is een zeer betrouwbare wegwijzer, zeker en vast als je van de gebaande paden wil afwijken, zoals wij. We hebben de Sentier de Vaux verlaten en zijn in het Ravin de Bazil afgedaald. Tijdens de wandeling kijken we goed om ons heen. We vinden vijf granaten, vier afkomstig uit 75 mm-ers.

PICT0042

Fort de Vaux

Zeshonderd en meer mensen in ondergrondse ruimten. Geen daglicht, amper zuurstof. Iedereen is moe, doodmoe…en bang. De vijand is overal tegelijk, binnen en buiten. Gaslucht. Maskers op. Slangen worden naar binnen gestoken. Het sissen roept doodsangsten op. Alle licht dooft. Stap voor stap worden we teruggedrongen. Dan een aanval met granaten. We moeten onze stelling opgeven. Pissen en schijten moet ter plekke, de latrines zijn in vijandelijke handen. Bevel tot een tegenaanval. Nieuwe stelling, zandzakken en alles wat los en vast zit opstapelen. Hoop.

De vijand geeft niet op. Brandende benzine, rook en hitte. Zelfs de anders koele muren geven nu alleen maar warmte af. De lucht is ondraaglijk. Dorst, dorst en slechts een mok water in vierentwintig uur. Het verlangen neemt onmenselijke vormen aan. Alle hoop verdwijnt langzaam. We zijn gevangenen in ons eigen fort’

PICT0044Tegen de professionele audio-presentatie van Douaumont steekt het schamele A-4-tje dat aan de entree van Vaux wordt uitgereikt schraal af. Cijfers corresponderen met gebeurtenissen, redelijk zielloos allemaal en dat terwijl het fort en zijn bewoners toch beter verdienen. De geschiedenis van Vaux staat bol van de heroïek. De bezoeker moet echter zijn eigen verbeelding inschakelen om zich te verplaatsen in de gebeurtenissen van de eerste week van juni 1916.

‘Stel je voor: ruim achthonderd mannen die eten, drinken, roken, werken en slapen, die zich ontspannen, wassen en ontlasten. Vierentwintig uur lang, dicht op elkaars huid, met dag en nacht exploderende projectielen op hun dak. Letterlijk. Stel je voor: meer dan achthonderd vermoeide mannen, wier biologisch ritme volledig verstoord is door door een onregelmatig leven vol angst en spanning, bijeen in een ruimte die hen amper fatsoenlijk onderdak kan bieden.’

PICT0048Verstopt tussen bomen en struiken liggen de overblijfselen van Fort de Souville. Een pokdalig landschap omringt ons. Op en neer gaat het, we laveren tussen de nog altijd zichtbare granaattrechters in de richting van waar we het fort vermoeden. Voor mijn gasten moet het een teleurstelling zijn na het trotse Vaux en het formidabele Douaumont.

Geen audiovisuele presentatie, zelfs geen A 4-tje, niets. Vergeten liggen de resten van het fort dat een belangrijke rol in mijn boek speelt. Het allerlaatste sprankje hoop dat de Duitsers nog koesteren om Verdun in te nemen gaat op 12 juli 1916 in rook op. Souville staat voor mij symbool voor dit keerpunt in de strijd.

Ik ken enkele mensen die gewapend met touwen en sterke lampen in het fort afgedaald zijn, die het binnenste van het fort verkend hebben. Een dergelijke expeditie vereist een welhaast militaire voorbereiding. Ik ben jaloers op hen, maar tegelijkertijd ben ik huiverig voor de risico’s die aan een dergelijk bezoek kleven. En toch…. Misschien doet zich in de toekomst nog een gelegenheid voor.

En dan…..

Zoals gezegd; ‘Verdun doe je niet in enkele dagen.’ Ik had de mannen vandaag graag nog meer laten zien: de Tourelle Bussière, Fort Tavannes, de Ouvrage de Froideterre, de Batterie de l ‘Hôpital’, Les Quatre Cheminées etc.etc. Er zijn nog veel plekken die we kunnen bezoeken, maar de tijd is altijd korter dan de lijst met wensen.

Dag drie.

Zondagochtend, het is ijskoud, maar de afgelopen dagen hebben we geboft. Het is droog gebleven. We bezoeken de Duitse militaire begraafplaats Consenvoye aan de weg van Verdun richting Sedan.

Iemand vroeg mij wat mij het meeste heeft geraakt tijdens mijn bezoeken aan Verdun.
Ik hoef niet lang na te denken. Dat is dat kleine, verstilde kerkhof onder de bomen op de linker Maasoever waar ik – samen met een goede vriend – enkele jaren geleden op een donkere middag bijna per toeval terecht kwam. Dit Duitse kerkhof, ik weet zelfs niet meer waar het precies ligt, stemde mij tot triestheid. Consenvoye3Donker weer, donkere kruisen, de absolute afwezigheid van bloemen en ver weg van vaderlandse bodem.

Troosteloosheid, eenzaamheid vooral sprak uit deze plek, alsof iedereen zich van deze jongens en mannen had afgewend. Franse en Amerikaanse graven hebben in tegenstelling tot de Duitse een – ik realiseer me heel goed dat ik nu het verkeerde woord ga gebruiken – haast triomfantelijke uitstraling. De overwinnaars. Witte kruisen, bloemen, soms een klein briefje. Oneerlijk was het eerste woord dat die dag in mij opkwam. Misschien was dit wel de plek waarin de verhaallijn van mijn boek ontstond.

Romagne-sous-MontfauconRond Verdun liggen 74 militaire begraafplaatsen: 2 Amerikaanse, 33 Franse- en 29 Duitse. Deze laatste dag van de reis is – bijna traditioneel – gereserveerd voor een bezoek aan het soldatenkerkhof van Consenvoye, met zijn meer dan 11.000 doden. Voor de ‘gravers’ onder ons. De site http://pierreswesternfront.punt.nl/ biedt een uitstekende foto-impressie van de Duitse kerkhoven rond Verdun. Ook de Duitse website www.volksbund.de is een belangrijke bron van informatie.

 

Nagenoeg alle foto’s op deze pagina zijn, op een na, die van Fabrice Loubette,  van de hand van Kees Arens.

Tip: kijk vooral ook naar de prachtige foto’s van Hans Briare op Google Earth.

Verslag Verdunreis op 20 en 21 september 2014
Van een enthousiaste deelneemster

Weekendje Verdun met de Alliance 20- en 21 september 2014, georganiseerd door de Alliance Maastricht in samenwerking met de Alliance Roermond en Eindhoven. Er waren deelnemers van de 3 Alliances en er waren ook een paar deelnemers uit Leiden die zich via internet hadden aangemeld.
Het thema was “100 jaar na het begin van La Grande Guerre”
Omdat er juist dit weekend werkzaamheden waren aan het spoor tussen Sittard en Maastricht werden wij “de treiners” in Sittard op het perron door een bestuurslid van de Alliance opgewacht en naar de bus van Jacobs Reizen gebracht die al bij het station voor ons klaarstond, een buitengewone extra service. Uiteindelijk vertrokken we om ca. 09.00 u gezamenlijk vanaf het station in Maastricht.
Bob Latten heeft in april j.l. in Maastricht een hele boeiende lezing gegeven over de 1e WO. Hij is kenner, publicist en de schrijver van o.a. het boek “Poststempel Verdun” (et il est vraiment francophile) en hij heeft ons direct vanaf dat moment van vertrek bij de hand genomen om onder zijn bezielende leiding aan een zeer intensieve en indrukwekkende tour te beginnen over en langs de slagvelden van Verdun.

We reden via Luik richting Luxemburg, Virton, Montmedy, Damvillers, Moirey-Flabas-Crépion.
Op een gegeven moment verlieten we de snelweg en reden we binnendoor over veelal smalle maar mooie binnenwegen. We hadden overigens niet alleen een zeer bereidwillige maar ook uitstekende chauffeur. Weldra werd de plattelandssfeer van het gebied echt duidelijk merkbaar. Kleine dorpen en een prachtig landschap. Als het ook maar enigszins mogelijk was reed de bus langzaam of stopte even en dan volgde er een verhaal, uitleg of kregen we de kans om (soms) rustig te kijken en foto’s te maken. Uiteraard liepen we uit op het tijdschema maar ik geloof niet dat dit als een echt probleem werd ervaren. We hadden de 1e dag, waarop we heel veel buiten bezochten, excellent weer. Voordat we in Verdun arriveerden, waar we individueel zouden lunchen, hadden we al uitleg gehad over de omgeving, de bevolking, de loopgraven, de monumenten en hebben we stilgestaan bij Flabas, de slagvelden waar 21 febr. 1916 een overmacht aan Duitsers klaarstond om de 1e Franse linie aan te vallen en hebben we naar de resten gekeken van een “Camp de Represailles”. Ook bezochten we o.a. de commandobunker van Emile Driant.
Na de lunch reden we richting het enorme “ Fort de Douaumont”, waar we uitleg kregen van een Franse gids. Hij werd waar nodig bijgestaan door Bob en de bestuursleden van de Alliance. Er bleken enkele medereizigers te zijn met een zeer gedegen kennis op wapengebied waarvan dankbaar gebruik werd gemaakt voor extra toelichting op hetgeen werd verteld. We kregen uiteraard de gelegenheid om ook nog op eigen gelegenheid rondkijken.
We hebben later in loopgraven gekeken, immense kraterinslagen gezien en proberen in te voelen onder welke erbarmelijke omstandigheden de militairen vaak moesten vechten en(over)leven.

Het “dorpje Village Martyr de Fleury” is maar liefst 17 keer bezet geweest. Er stond nu een mooie kapel en verder in- en op de overwoekerde kraterinslagen en tussen de bomen stonden heel eenvoudig paaltjes met daarop vermeld: “bakker, slager, smederij, boerderij etc” gewoon een afspiegeling van wat eens een dorpje was van ca. 400 bewoners. Alvorens we naar het hotel vertrokken reden we richting Les Eparges. Deze 1400 m lange rug die uitkijkt over de Woëvre vlakte met een adembenemend uitzicht op heldere dagen, werd al in september 1914 door de Duitsers ingenomen. Alvorens naar het hotel te rijden stopten we bij Saint Remy-la Calonne waar we het graf van Alain Fournier bezochten, de schrijver van “Le Grand Meaulnes”. We kregen ter plaatse van Jos Joskin een boeiend verhaal over het leven van de schrijver.
Hotel “Le Privilège” blijkt ook een verhaal apart. Een niet te groot en verder prima hotel.
Zondag konden we vanaf 07.45 uur ontbijten en om 08.30 uur zouden we vertrekken naar het vestingwerk “La Falouse”. Tot eenieders verbazing bleef de ontbijtzaal echter gesloten en er bleek niemand te bereiken. De mand met stokbroden en de bakken croissants waren al vroeg door de bakker afgeleverd. Een doortastende interim voorzitter pakte op een gegeven moment kordaat de stokbroden en begon ze te snijden en daarna was alles snel geregeld. Na een bezoek aan de keuken en de koelkast was er al snel wat kaas, marmelade, boter, melk en kaas. Koffie moesten we maar even tegoed houden. En zeg nu, de militairen en de bevolking hebben tenslotte in de oorlog echte ontberingen geleden dus niet te moeilijk doen. Nu weten we inmiddels achteraf dat de verantwoordelijke persoon voor het ontbijt die nacht door een hartaanval is getroffen en hij is helaas de nacht daarop overleden.
De 2e dag, wachtte Frédéric Radet ons om 09.00 uur op om alles vertellen over “Ouvrage de la Falouse”. Dit Bolwerk verdedigde de zuidzijde van Verdun maar is in de 1e WO nooit aangevallen. Radet heeft dit complex met een aantal vrienden helemaal in de oude staat hersteld. Nu bleek mr. Radet meer een doener dan een prater maar .. gelukkig hadden we Bob nog! We kregen hier echt inzicht in het leven en het werken van de soldaten tijdens de oorlog. We konden ons de rest van de dag prima in de kille omstandigheden inleven omdat het verder de hele dag heeft geregend.
Het bezoek aan “L’Ossuaire de Douaumont” dat ik al eens eerder had bezocht, blijft indrukwekkend. Een mausoleum met in de “crypte” de resten van meer dan 130.000 niet geïdentificeerde soldaten, Fransen en Duitsers die zijn omgekomen gedurende de 51 oorlogsmaanden.
Het is een prachtig en groots monument, moeilijk om in het kort te omschrijven maar waaruit veel respect spreekt voor ALLE slachtoffers. De kapel is werkelijk prachtig en in de hal zijn 18 nissen met daarin elk 2 granieten graftomben. Boven elke tombe is de naam te lezen van de slagveld sector waarop de geraamten zijn aangetroffen. Er worden overigens nog steeds overblijfselen gevonden.
Buiten kijk je uit over een immens kerkhof met meer dan 15.000 graven. Beneden konden we een film kijken die zeer zeker de moeite waard is. Het is een beschouwende film met werkelijke opnames waar je een inkijk krijgt in het verschrikkelijke leven op en om het slagveld. De film eindigt met het begin dat wordt gemaakt met de bouw van het “Ossuaire”. Mijns inziens zou je eerst de film moeten zien en dan de rondleiding door en langs het monument maken. Er was voor de gegadigden een mogelijkheid om 204 treden en 46 m naar boven te klimmen, de zogenaamde “vinger Gods” .
We hebben overigens ook nog een prachtig gelegen Frans kerkhof bezocht.
Inmiddels vertrokken we richting in Romagne -sous -Montfaucon naar een heel bijzonder en uniek “Musée informel 14-18” en tevens lunchgelegenheid van de Nederlandse Jean Paul de Vries en zijn vrouw. Een juweeltje van een museum, klein maar alles is met zorg bijeengebracht, veelal door Jean Paul zelf gezocht en gevonden en een leuke bijkomstigheid is dat je (bijna) alles mag aanraken. Een bevlogen man die graag vertelt over de vergaarde spullen waarmee hij ook de waanzin van de oorlog wil aantonen. Hij blijft zoeken, alleen, met zijn vrouw, met studenten en met eenieder die geïnteresseerd is. Hij ontvangt ook groepen scholieren. We werden allerhartelijkst ontvangen en hebben daar van een “un déjeuner extraordinaire” mogen genieten. Ook deze lunch werd volledig door Jean Paul zelf en zijn vrouw verzorgd. Voor de goede voortgang konden we vanuit de bus al doorgegeven wat we graag wilde bestellen en snel na aankomst zaten we al heerlijk te genieten.
Hierna vertrokken we tenslotte naar het “Meuse-Argonne American Cemetry and Memorial.
Voor de entree passeer je grote zuilen en dan zie je direct een hele grote vijver met een fontein en bloeiende lelies. Een onvoorstelbaar uitgestrekt en indrukwekkend Amerikaans kerkhof op een opp. van 42 ha waarvoor de grond door Frankrijk is afgestaan.
Er is een herdenkingsgalerij waarin de namen van de 954 vermiste soldaten staan gegraveerd.
Op het kerkhof zie je bijna 14.000 Latijnse kruizen, 268 Davidsterren, 486 onbekenden, 954 vermisten en 18 broederparen. Er staat een heel groot monument met in het midden een kapel. Achter het altaar van de ze kapel staan in een halve cirkel de vlaggen van de Verenigde Staten en de voornaamste geallieerde landen tijdens WO 1. Met dit indrukwekkende bezoek kwamen we aan het einde van onze reis en vertrokken we weer richting Maastricht.

Ik zal beslist dingen niet benoemd hebben maar het waren veel en bijzondere indrukken.

Met hartelijke dank aan de organisatie en in het bijzonder aan Bob Latten
Ik persoonlijk heb deze reis mogen ervaren als buitengewoon verrijkend en een beleven van!