Even uitblazen.

Even uitblazen.

In ‘Poststempel Verdun’ schets ik de vaak verbijsterende werkelijkheid van de ‘Groote oorlog’, in het bijzonder de strijd voor Verdun. Ik doe dat aan de hand van beelden en geluid, onder meer door het tonen van het dagelijkse leven van de Franse ‘poilu’ en het Duitse ‘frontschwein’. Een verhaal over de Eerste Wereldoorlog mag, in mijn ogen, zich niet beperken tot de strijd. Het moet ook gaan over de aanloop en de gevolgen, bijzondere ontwikkelingen en kleine wetenswaardigheden, die soms het zout in de pap vormen.

 

 

 

Een gevarieerd programma

Mijn verhaal raakt  kort aan de ‘belle epoque’, de tanende macht van de keizers en koningen, het imperialisme en zijn gevolgen, de opkomst van het socialisme en de vrouwenbeweging, maar besteedt eveneens aandacht aan de politici en hun vaak dubieuze rol.

Raymond Poincaré, president

Raymond Poincaré, president

George Clemenceau bezoekt Verdun

George Clemenceau bezoekt Verdun

 

 

 

 

 

 

 

Andere onderwerpen in mijn verhaal zijn de dicht- en schilderkunst, de prachtige werken van Francois Flameng, Henri le Sidaner en het ontroerende, aan Louise de Coligny opgedragen gedicht, ‘Si je mourais là bas’. Maar ook de schilder-auteur Frans Mark en het werk van Otto Dix komen aan bod.

Francois Flameng

Francois Flameng, frontschilder

Henri le Sidaner

Henri le Sidaner, impressionist

Otto Dix, drieluik

 Otto Dix, drieluik

 

De rol van de vrouw in en buiten de strijd

Niet zelden krijg ik de vraag of de vrouw een rol in deze oorlog heeft gespeeld. Ik kan dan niet nalaten om te zeggen: “Zeker, en wat voor een.” Als vrouw van, als moeder van, dochter van, als geliefde van, als zus van, als oma van, als weduwe van, als fabrieksarbeider, als verpleegkundige, als ‘marainne’, als ‘troosteres voor een uur’ en zelfs als frontchirurg. In mijn verhaal zal ik stilstaan bij de vrouw in haar verschillende rollen.

 Paris méchant

  Paris méchant

De heroïek van de man en zijn machine

Charles Nungesser

Charles Nungesser

Op 17 december 1903 slaagde Orville Wright erin om 37 meter lang in de lucht te blijven met zijn vliegmachine de ‘Wright Flyer’. Dat was de eerste gemotoriseerde vlucht. Nog geen elf jaar later speelde de vliegmachine al een vooraanstaande rol in de strijd op de slagvelden in Europa en ontstond de mythe van ‘de man en de machine’. Ieder land had zijn helden. Amerika had Eddy Rickenbacker, Canada Billy Bischop, Engeland Albert Ball, België koesterde Willy Coppens. Frankrijk adoreerde George Guynemer. En Duitsland, Duitsland had natuurlijk Baron Manfred von Richthofen. Maar ook Ernst Udet, Max Immelman en Oswald Boelcke. En toch was er tussen al deze grote mannen nog een bijzonder iemand, Charles Nungesser. Met zijn 43 overwinningen kwam hij niet in de buurt van die van Von Richthofen (80) of zelfs maar van die van zijn weinig populaire landgenoot René Fonck (75). Zijn trans-Atlantische vlucht die hij op 8 mei 1927, samen met Francois Coli  begon, 12 dagen voor Charles Lindberg zijn tocht de andere kant op zou beginnen, zou hem ongetwijfeld onsterfelijke roem hebben gebracht. Maar de geschiedenis bepaalde anders. Hun toestel,  de ‘L’oiseau blanc’, is ergens boven de Atlantische oceaan of boven Newfoundland of Maine verdwenen. Van beide vliegers noch hun toestel is ooit iets terug gevonden.

Propaganda en grote auteurs

Arthur Conan Doyle

Arthur Conan Doyle

De macht van de media en het geschreven woord van bekende auteurs, Engelse, Franse en Duitse, moesten ervoor zorgen dat de burgers ‘correct’ en vooral ‘vaderlandslievend’ geïnformeerd werden. Het begrip objectief werd soms wel heel ruim uitgelegd. Dit alles was een onderdeel van de weloverwogen politiek van regeringen in de oorlogvoerende landen, daarbij gesteund door machtige persbazen. Voor hen heiligde het doel de middelen. En dat doel was meerledig. De verhalen moesten de burgers geruststellen – onze jongens vechten voor een rechtvaardige zaak -, jonge mannen werven voor de strijd – ‘Your country needs you’ – het volk vertellen hoe barbaars de vijand wel was en daarmee de mensen overhalen om geld te steken in ‘warbonds’, maar ook het thuisfront geruststellen – onze soldaten worden goed verzorgd en we lijden weinig verliezen -. Veel schrijvers ‘leenden’ zich voor deze propaganda, soms tegen beter weten in, vaak uit oprecht patriottisme.  Onder hen waren vermaarde auteurs als Arthur Conan Doyle, Thomas Mann en, niet te vergeten Rudyard Kipling, de schrijver van The Jungle Book.

Gedicht voor alle sterfelijken van Verdun

Nous dormirons ensemble

Il n’y a rien, Pas de sentiment, ni de souci

Pas de la haine, ni de l’amitié, Aucune mémoire de l’amour,

des rêves, des grandes pensées

Il n’y a rien, La jeunesse qui nous lie

La future qui nous sépare

Il n’y a rien

Il n’y a rien, Autour de nous la tempête éternelle

Le mal ne peut pas nous toucher, Pour nous il n’y a que le silence de la terre

Nous dormirons ensemble

Robert Troquay

Kleine vragen en wetenswaardigheden

Franse humor

Franse humor

  • Welke bijnaam gaven de Engelsen aan de Nederlandse premier Cort van der Linden?
  • Vochten er ‘zwarte’ Amerikanen in WO I?
  • Wat is de relatie tussen het grand slam toernooi Roland Garros en WO I?
  • Waarom zijn de Duitse kruisen zwart?
  • Is er een relatie tussen de film ‘Windtalkers’ en WO I?

Het antwoord tijdens de lezing.

Tot slot

Op uw verzoek maak ik graag een programma op maat.